Sjaak Kamps; never a dull chess moment

Met Sjaak Kamps hebben wij niet alleen een goede vriend en reisgenoot verloren, maar vooral iemand die het schaakspel op een uitzonderlijk hartstochtelijke wijze heeft beleefd. Zijn passie voor het schaken was aanstekelijk en velen met mij wist hij op unieke wijze te enthousiasmeren. Begonnen in de jeugd van Sassenheim was zijn eerste grote succes het kampioenschap van de Zwarte pion in 1977, nog voor een kanon als Guus van Dijk. Een kunststukje dat hij nog 3 keer wist te herhalen in 1978, 1994 en 1995. In 1995 wist Sjaak Ad Reijneveld achter zich te houden met een remise in de laatste ronde. Hier ging een uitgebreide (openings)voorbereiding en psychologische oorlogsvoering aan vooraf, zoals we van hem gewend waren. Het was juist dit voor- en natafelen, waarin Sjaak als geen ander uitblonk. Het resultaat was hieraan ondergeschikt en vooral bij de gezelligheids evenementen was hij in zijn element. In dat kader mag hij talloze (snelschaak) toernooien tot zijn palmares en conduitestaat rekenen, waarvan de meest recente het Cok Henny Nico toernooi en het 4-kamp toernooi in 2008, waar hij grote namen als Thomas Broek en Pieter Roggeveen in het stof deed bijten.

In de tachtiger jaren was hij oprichter en stimulator van het schaakwezen in Noordwijkerhout. Paardekracht en vooral de jeugdclub Pony Power werden qua leden en prestaties naar nooit meer vertoonde hoogten gestuwd. De laatste jaren was het Oegstgeest dat mocht genieten van de schaakbeleving van Jacques Kamps. Met de vrienden van de Uil, Cok, Jan en Ad bezocht hij Guernsey. Vaak was het de laatste keer, maar gelukkig ging hij een jaar later toch weer mee. Oudejaarsavond was het champagne en snelschaken. Na 10 jaar bij Sjaak in Noordwijkerhout en 9 jaar bij Ad in Hillegom was het 31 december 2009 weer eens tijd voor de Zwaluwlaan en het proosten op 2010 met Joost van Hal, Rob Warmerdam, Jan Havenaar en Stefan Lehman. Niet met Cok, want die was inmiddels vrijgezel af. Op 1 januari 2010 ging ik de schaakborden ophalen. Het was vroeg in de middag 14.45 en de laatste keer dat ik hem vrolijk lachend heb gezien.

Verdriet. Van de 4 basisemoties is verdriet toch wel de meest intense. Op zijn uitvaart puilde de zaal uit en de mooie woorden deden de tranen over de wangen biggelen. Het is prettig bij een in memoriam terug te mogen grijpen op anders zo verfoeilijke cliches als: “van de doden niets dan goeds” of “hij is niet dood, hij leeft”. Sjaak leeft voort in onze gedachten aan hem. In zijn gespeelde schaakpartijen en geschreven stukjes. Daarbij treft het dat wij als schakers toch al een soort “van de wereld” zijn. Een schaker denkt meerdimensionaal; verleden en toekomst zijn inwisselbaar. Sjaak heeft onze schaakwereld vele mooie dingen nagelaten Hiervan laat ik u aan het eind 2 pronkstukken zien. Het eerste is, hoe kan het anders, een klinkende overwinning op Ad Reijneveld, die op zijn bekende thematische wijze tot stand komt. Daarover was hij heel bescheiden, doch niet minder opgetogen.

Het tweede is een stukje journalistiek, waarin zijn stijl ten volle tot uiting komt. Het stamt uit de tijd waarin de betere polemiek hoogtij vierde en het is Sjaak ten voeten uit. Fanatiek de confrontatie zoekend met een glimlach, gelardeerd met een prettige absurde humor.

Humor op Guernsey. Cok wilde hij graag uit de tent lokken met uitspraken, die ons bekend waren, maar toch met een stelligheid werden gebracht als waren dit nieuwe feiten. Topschaker Jan Havenaar haalde op Guernsey vaak een hoger niveau dan in de bond. “Zeg Cok” zei Sjaak dan.” Wat speelt Jan toch weer goed in Guernsey. Speelt ie ook zo goed voor de bond?” Cok ging daar onmiddellijk op in en bracht deze paradox opnieuw als opmerkelijke constatering. Na het schaken zochten wij uiteraard een exclusief restaurant op. De wegen waren stijl, maar het eten was prima. Daarna was het kaarten. Met Rob warmerdam werden alle potjes gewonnen. Hoe was dat mogelijk. We hebben het vaak moeten horen.

De volgende dag werd er over de belevenissen gemaild naar de vrienden Adrian Clemens, Erik-Paul van der Weijden en Harro Weiland. Er werd een fiets gehuurd, want lopen ging hem moeilijk af. Na 1 dag was de conclusie dat terugfietsen vanaf de speelzaal niet meer ging lukken. De taxi, de huurauto en de laatste jaren de bus. Die bevielen toch beter.

Lekker eten, maar een sigaret hoorde er ook bij. Vele keren heeft hij geprobeerd met roken te stoppen met een nieuwe methode of acupunctuur. Het bleef Carpe diem. Massages, cursussen, muziek, vele nieuwe dingen moesten worden uitgeprobeerd. Films bezoeken met Erik-Paul van der Weijden. Fitness -toch- met Frendy Zandbergen, maar van korte duur. Snooker duurde langer. Met Cok, Peter van Bakel en Joost van Hal elke woensdag bij van der Geest in Noordwijkerhout tot het roken werd verboden. Dit werd serieus aangepakt. In het begin was het ketsen, maar een echte keu in een doos en een zwarte handschoen deden wonderen en de ballen verdwenen in het gaatje.

Sjaak was vaak zwart-wit in zijn mening. Een in zijn ogen ernstige fout of nalatigheid werd niet zo maar door de vingers gezien. Je moest voortaan van goeden huize komen om van de zwarte lijst af te komen. Het restaurant dat extra rekende voor een bakje rijst kon een bezoek later wel vergeten. De ober die het aandurfde de Tia Maria aan te lengen met water kon gelijk linea recta terug naar de keuken. Het te dure toetje werd niet geaccepteerd.

Om nog maar te zwijgen over de persoon, die met ongewassen vingernagels in de buurt van het schakersgilde wenste te verschijnen. Ook op die momenten van boosheid was hij grappig.

Zijn favoriete snookeraar was Ken Doherty met het litteken. Peter Ebdon was natuurlijk helemaal niks. Schaatser Jan Bos en keeper Thomas Sörensen mocht hij graag zien, in tegenstelling tot ordinaire types als Geer en Goor.

Onze muzikale voorkeur verschilde aanzienlijk, maar Nederlandse zangeressen uit de jaren 60 of drs P. brandde hij graag voor mij op cd.

Momenten van verbazing en consternatie wilde Sjaak maar al te graag opnieuw memoreren. “Mat in 1; hij ziet het niet!” Frans Arp tegen Onno van Dijk. Open kampioenschap van Hillegom 1990. Sjaak werd daardoor geen kampioen. “Ik geef …(op)” zei Guus van Dijk en stak zijn hand uit naar Sjaak. Nog voordat Guus uitgesproken was, dacht Sjaak te begrijpen wat de bedoeling was en vulde aan: “…remise!”. Welk een jolijt bij dit toevallig wederzijds kortsluiten. Daar moest op gedronken worden.

Welk een amusement ook na een verrassingsbezoek aan een bakker, die hem -als belastinginspecteur- toevertrouwde: “U gelooft het niet meneer Kamps. Deze knecht is vandaag toevallig net begonnen”.

“Ze waren er al een keer geweest!”, riep Sjaak uit na urenlang te voet zoeken naar de oudste kroeg van Engeland in Nottingham, waar je toch eens geweest moest zijn.

Grote verontwaardiging toen Ad Reijneveld de brillancy price op Guernsey net niet haalde. Het kunststukje was voor hem aanleiding een fanclub op te richten, waarvan hij voorzitter en enig lid was. Onze laatste 3 snelschaakpartijen werden remise, maar hieronder de fraaie partij, waar 1 van zijn anti-reijneveld systemen effect sorteerde. Mis daarna de pennevruchten van onze goede vriend niet. Een verslag over zaalvoetbal tussen 2 schaakclubs uit 1980.

Sjaak Kamps, we gaan hem missen.


Sjaak Kamps – Ad Reijneveld; Hillegom Open; 15/11/1996
1 e4 e6
2 d4 d5
3 Pc3 Lb4
4 Pge2 Pf6
5 e5 Pfd7
6 a3 Le7
7 f4 c5
8 Le3 b6
9 g3 Pc6
10 Lh3 La6
11 b4 : 1e thematische (pion)offer van Sjaak.

Diagram1

11 … cxb4
12 axb4 Pxb4
13 Txa6 : 2e thematische (kwaliteits)offer van Sjaak.

Diagram2

13 … Pxa6
14 f5 Pc7
15 Pf4 Lb4
16 Dd3 exf5
17 Lxf5 g6
18 0-0 : Thematisch! Sjaak laat een loper in staan.

Diagram 3

18 … Lxc3
19 Pxg6 : opnieuw een thematisch (stuk)offer van Sjaak

Diagram 4

19 … hxg6
20 Lxg6 0-0
21 Lh7 Kg7
22 Df5 Pe6
23 Dh5 Pg5
24 Lxg5 Lxd4
25 Kh1 Dxg5
26 Dxg5 Kxh7
27 Tf4 : mat is onvermijdelijk; thematisch!

Diagram 5


De Open Lijn
jaargang 2
nummer 8 (ik lees: klacht acht)
juli/ augustus 1980

Zaalvoetbal : Lisse – Hillegom ( door Jacques Kamps)

Het wordt tijd om ze aan u voor te stellen. Hét voetbalteam van de S.C. Lisse. In alfabetische volgorde: René en Rob v.d. Aardweg, John van Dijk, Johan de Haas, Jacques Kamps (keeper), Jos Lemmers and last and least Fred van Randen.

Onder leiding van trainer/ speler/ coach John van Dijk heeft dit groepje zich drie dagen lang teruggetrokken in een trainingskamp om zich voor te bereiden op het duel met de “Uilen” van Hillegom. Hoe zit zo’n trainingskamp nu in elkaar, zult u zich afvragen. Ik zal een tipje va de sluier oplichten.

Eerste dag: 12 uur opstaan, uitgebreid ontbijt met veel eieren; 14 uur klaverjassen, niet te veel leunen, dus oppassen met passen; 17 uur oefenen in gericht spugen in het gelaat van bij voorkeur de tegenstander (vooral dit gaf veel problemen); 18 uur uitgebreid diner met lekker toetje toe; 21 uur oefenen indrinken overwinningsfeest.
Tweede dag: 4 uur naar bed, handjes boven de dekens; 13 uur ontbijt; 15 uur oefenen in de “je tegenstander tegen de schoenen trappen, zonder dat de scheidsrechter het ziet” –techniek; 18 uur opnieuw een lekker diner; 20 uur travestietenshow van Guus van Dijk; 23 uur veel drank en lekkere hapjes.
Derde dag: 5 uur naar bed; 14 uur ontbijt; 15 uur karate; 17.30 uur macaroni maaltijd met speciale sauzen; 19.05 suikerklontje; 19.20 de wedstrijd.

De wedstrijd ging dus tegen “de Uil” uit Hillegom. We zullen dit stelletje éénogen, bultenaren en motoriek gestoorden ook maar eens aan u voorstellen. Houdt u vast, daar gaan we (in alfabetische volgorde): Peter van Bakel (keeper), Henny van Eeuwijk, Ton van Eijk (kon of mocht niet meedoen, hield de stand bij achter een speciaal daarvoor ingericht tafeltje), Jan Havenaar, Cok Ippel (ze noemen hem “de hinde”), Jan v.d. Loo, Ton Sneeuw (zeer gevaarlijk, niet voederen) en Anton Warmerdam.

Hillegom mocht de aftrap nemen. Wij van Lisse zien die dingen ruim. Een afgang àlà Duitsland, dat in de WK-finale tegen Nederland een doelpunt tegen kreeg zonder zelfs maar de bal aangeraakt te hebben, wilden we ze besparen. Lisse nam snel een voorsprong. René v.d. Aardweg soleerde door de Hillegomse vijandelijke linies en scoorde beheerst, bijzonder fraai! De Hillegommers namen op een bijzonder geniepige wijze wraak. Een van hun spelers (we zullen zijn naam maar niet noemen) kwam opeens, na een klein misverstandje, vrij voor de keeper. Deze dook met ware doodsverachting en gevaar voor lijf en ledematen, voor de bal. Een normaal mens doet, na het zien van zoveel heldenmoed, een stapje opzij. Niet deze betonmolen. Hij liep door. De klap was tot ver buiten Lisse hoorbaar. Totaal dizzy dacht de keeper dat het een doelpunt was geworden, terwijl in werkelijkheid de bal net naast ging. Hij pakte de bal dus op en wierp hem naar een willekeurige speler. Dat bleek Ton Sneeuw te zijn. Hij kogelde de bal gelijk in het doel.

Dan het hoogtepunt van de avond. Jos Lemmers kreeg de bal in een vrijwel onmogelijke positie aangespeeld. Let nu goed op! Jos stond met zijn rug naar het doel, liet de bal even op zijn wreef op en neer stuiten en haalde toen plotseling om. Zo snel dat Jos op zit- en rugvlak terecht kwam. De bal zat erin. Te meer daar van Bakel luid applaudisserend zijn doel uitkwam. Uren na de wedstrijd werd Jos gevraagd deze beweging nog eens te herhalen. Hierop snelde Jos naar de kleedkamer, kleedde zich om en demonstreerde de beweging voor een ademloos toekijkend publiek.

Hillegom had nu de bal en Cok Ippel werd aangespeeld. Cok besloot een solo in te zetten en liep… O, dat moet ik nog even uitleggen. Cok was vroeger een erg goede voetballer. Vele successen konden dan ook niet uitblijven en dat moest uiteraard gevierd worden. Door al die feesten had zijn buik een dermate omvang aangenomen, dat het voor hem onmogelijk was geworden recht op staande zijn voeten nog te zien. Om toch zijn voetenwerk te blijven controleren, moet Cok zich ver voorover buigen. Dit levert alras het “dolle stier” -effect op. (Het is als tegenstander dan ook niet raadzaam rode kledij te dragen. Daarom speelde Lisse in smetteloos wit). Op Cok’s solo had een vlammend schot moeten volgen. Deze kwam ook alleen was het niet zo heel zuiver. Een paar meter naast en ietwat te hoog. Cok mompelde nog iets over een graspolletje, maar het was voor Hillegom duidelijk dat er uit een ander vaatje moest worden getapt.

Men kan zeggen wat men wil, maar in geval van nood zijn de Hillegommers bijzonder vindingrijk. Op een speciaal teken kwamen onbevlekte, zeer schoone Hillegomse deernen de zaal binnengewandeld. Ze droegen pittige korte rokjes en wierpen begeerlijke bikken naar de Lissenaren. Fred kreeg een brok in zijn keel. Ook de andere Lissenaren hadden geen oog meer voor de bal en de snel uitgevoerde dribbelpasjes en schijnbewegingen van hun opponenten, die natuurlijk allang hadden begrepen dat zo iets heerlijks nooit voor hun kon zijn bestemd. De wedstrijd werd verder een ramp. Trainer/ speler/ coach John kon geen tegenzet meer bedenken en moest lijdzaam toezien hoe Hillegom de wedstrijd met een 8-5 voorsprong afsloot.

Na de wedstrijd liepen we teleurgesteld de bar binnen. Links in de hoek vierde het Hillegomse team feest. Met tussen hen in de Hillegomse cheer-girls. Er werd stevig gedronken en de grapjes en sterke verhalen waren niet van de lucht. “Hebben we toch eens van Lisse gewonnen!”, “Wat een krukken”, “Hebben we die eens mooi te grazen genomen!”. Dit werd te veel, dit was meer dan een normaal mens kan verdragen. Nog nooit zijn we zo belachelijk gemaakt. Op een teken van Rob trokken we een paar krukken uit elkaar. Toen een ieder gewapend was met een krukkepoot, begonnen we stevig op de Hillegomse meute in te hakken.

Ondertussen was ik met Cok Ippel uit de vechtende massa geslopen. “Kan ik gelijk even afrekenen?” “Natuurlijk”, zei Cok, “Eens kijken, het was een tientje per doelpunt. Je hebt er acht doorgelaten, dat is dus acht maal tien, dat is dus zeventig gulden”.

Jacques Kamps